groepen
nieuws
agenda

Kleuters

 Filosofie les 2.

De vraag die Klaas de Kikker  deze keer heeft is :
Wat is de buitenkant van iets en wat de binnenkant?  Is de ene belangrijk of de andere?
Of zijn beide kanten even belangrijk?

Een keuze uit de verschillende antwoorden die gegeven worden volgen hier onder :
– De binnenkant van jezelf is belangrijker, want daar zitten je hersenen en die zijn de baas.
– Je hart zit aan de binnenkant en die is belangrijk.
– Je botten zitten aan de binnenkant en als je geen botten hebt dan val je.
De binnenkant is dus wel de belangrijkste.

De volgende vraag is er één met een voorbeeld : Een boek. Wat is daar het belangrijkste van?
– De buitenkant van het boek, want die houdt de binnenkant vast.
– De binnenkant, want daar staat het verhaal.
– Aan de buitenkant kan je zien aan het plaatje waar het over gaat, dus die is het belangrijkst.
– Allebei de kanten zijn belangrijk.

Het volgende voorbeeld is een doos.
– De binnenkant is het belangrijkste want daar kan iets in.
– Als de buitenkant van de doos er niet is, kan er ook geen binnenkant zijn.
– Op de buitenkant van de doos staat een plaatje wat er in zit en dan is de buitenkant belangrijk.
Ook hier vinden de kinderen dat allebei de kanten wel belangrijk zijn.

Het volgende voorbeeld is een pen.
– De binnenkant is belangrijk omdat er inkt in zit. En zonder inkt kan je niet schrijven.
– Aan de buitenkant van de pen zit een knopje waar je de pen mee aandoet. Dus die kant is belangrijk.
Ook hier zijn beide kanten belangrijk.

Het laatste voorbeeld is een vestje.
– De buitenkant is het belangrijkste want die is het mooiste.
– De binnenkant, want die is lekker warm.

Dan volgt een nieuwe vraag:
Kan alles ook binnenste- buiten gedraaid worden?
We pakken het boek erbij.
– Nee, het boek niet, want dan gaat het boek kapot.
De doos?
– Nee, want dan moet je hem eerst kapot maken.
De pen?
– Dat gaat echt niet!
En kan het vestje binnenste -buiten?
– We draaien het vest binnenste- buiten. Het kan, maar het ziet er gek uit.
We halen Klaas Kikker erbij en kijken of Klaas binnenste- buiten gedraaid kan worden.
Het kan, maar dan is het geen kikker meer, maar een gek knoedeltje stof.
En Kikker vindt het ook niet leuk, want hij kan dan niets meer zien!

Filosoferen met kleuters.

In groep 2 hebben de kinderen kennis gemaakt met Klaas de Kikker.

Klaas heeft altijd vragen in zijn hoofd.
Wat is lucht? Wat is de buitenkant van iets en de binnenkant? Kan je vriendjes zijn met een bloem?
Kan een boom ook denken?
Je kan zo heel veel vragen hebben of verzinnen. En er over praten met elkaar. En luisteren naar elkaar.
Zo leren we op eenvoudige wijze kinderen na te denken over heel veel verschillende onderwerpen.
En het fijnste is: geen enkele gedachte is fout. Geen enkel antwoord dat je verzint kan fout zijn, want het is jouw gedachte.
Je kan het niet eens zijn met een ander of een andere mening hebben, maar dat kan allemaal bij filosoferen.
We noemen het ook wel denkles.
En de kinderen zeggen: gaan we weer met Klaas de Kikker praten?

Hier onder volgt een kort verslag van het eerste onderwerp.
Het groepje kleuters bestaat steeds uit ongeveer acht kinderen en iedereen komt aan de beurt.
Er hoeven geen vingers opgestoken worden en je mag reageren op elkaar.
Zo wordt regelmatig gevraagd, als een kind een mening geeft : ” Vindt iedereen dat? Is dat altijd zo?”
Zo denken kinderen ook over elkaars mening na.
Het eerste onderwerp gaat over vriendschap.
Ik vermeld de vragen van het gesprek en maak een keuze uit alle antwoorden die gemaakt zijn, om zo een indruk te geven van een filosofisch gesprek met kleuters.

Klaas vraagt zich af : Kan hij vriendjes zijn met Bloem?
Bloem is een vingerpopje, maar gelukkig fantaseren kleuters gelijk mee en is hij dus Bloem.
– je kan niet echt met hem spelen, want hij staat stil.
– je kan hem wel plukken en hem water geven.
– je kan Annemaria-Koekoek met hem spelen, want hij staat goed stil.
– Kikker kan in het water, maar Bloem niet. In het gras kan Kikker wel naar hem kijken.
Kan je vriendjes zijn met dieren?
– ja, je kan vriendjes zijn met je cavia of konijn, poes of hond. Ook met een papegaai.
– je kan met ze spelen en ze kunstjes leren.
– je kan ze op de trampoline zetten.
– naar een vis kan je alleen maar kijken.
Kan je vriendjes zijn met je vader of je moeder?
– ja, je kan met ze stoeien.
– je kan spelletjes met ze doen.
– ze houden altijd van je.
– eigenlijk niet echt, want ze zijn ouder en vriendjes zijn even oud.
– niet helemaal, want ze bepalen alles. Ik kan alleen maar mijn ontbijt bepalen.
– ze zorgen wel voor je.
– je kan moppen tegen elkaar vertellen.
Kan je vriendjes zijn met knuffels?
– ja, je kan tegen ze praten.
– ja, je kan met ze spelen en ze kunnen bij je in bed slapen.

Aan het eind van het gesprek halen we Kikker erbij om antwoord te geven op zijn vraag.
Er zijn verschillende antwoorden :
– ja, maar dan moet je Bloem plukken of je kan Annemaria- Koekoek spelen.
– nee, want hij staat stil.
– je kan beter een knuffel kopen om mee te spelen.

Kleutertaal.

Met kleutertaal bedoel ik de spreektaal van kleuters, met woorden die door de kleuters verzonnen zijn. Woorden die het beste bij een voorwerp of activiteit horen. Woorden die kloppen. Of bijna kloppen.
Ik zou het dagelijks moeten bijhouden. Welk woord of welke uitdrukking was vandaag nou bijzonder? Maar in alle drukte van de dag ben ik ze vaak aan het einde van de dag weer vergeten.
Er zijn echter een paar die blijven hangen in mijn geheugen. Misschien omdat ze speciaal zijn of misschien wel omdat ze zo in de kleuterklas ingeburgerd zijn, dat ik ze zelf per ongeluk gebruik.

Voorbeelden? Nou, hier komen er een paar:
Bij het buitenspelen hebben we kunststof troffels om mee te metselen. De kinderen noemen ze “platjes”. De kleine puntige schepjes zijn “diepe-kuilen-scheppen” (ja precies, die zijn er om diepe kuilen mee te scheppen). De kleine bezems heten een “veeg”.
In de zandbak heb je nat en droog zand. Het droge zand heet “zacht zand”, omdat het zo zacht tussen je vingers wegglijdt.
Toen het een keer heel hard geregend had, kwam een kind verrast naar me toe: het zand zat vol schimmel! Inderdaad: het zand zat vol kleine kuiltjes van de harde regendruppels.
Een kind die opmerkte dat ik allemaal “streepjes”in mijn gezicht had, bedoelde mijn rimpels. Jawel.
En adertjes die aan de binnenkant van je onderarm kan zien zijn “bloedstreepjes”.
En een kind die nieuwe schoenen had en daardoor blaren had, had “bladeren”op zijn hielen.
Of een kind die een beetje schor was, had een stem die “goor”was. Of een kind die”pijn in zijn stem had”, had keelpijn.
Ik ga ze verzamelen. Pareltjes zijn het. Kleutertaalwoorden.

Kleutergym.

Kleuters zijn dol op bewegen.
Rennen, springen, huppelen, klimmen en klauteren.
Het maakt niet uit welke beweging, als het maar bewegen is.
Buiten of binnen. Ook dat maakt niet uit.

Kleutergym is een aparte tak van sport.
Niet alleen omdat kinderen van deze leeftijd eigenlijk alles wel leuk vinden qua bewegen, maar ze durven al best veel.
We hebben klimrekken staan, waar een kleuter soms van 3 x zijn eigen lengte af springt. Daar bedank ik toch hartelijk voor.
Het prettige van kleuters is, dat kinderen van deze leeftijd absoluut niet iets doen, wat ze niet durven.
Ze proberen best zelf hun grenzen te verleggen, maar als ze een ladder niet op durven, doen ze het ook niet.
Pas als ze zichzelf gaan vergelijken met anderen en dat is over het algemeen na hun zesde levensjaar, gaan ze pas over hun eigen grens heen. En doen ze soms dingen die ze echt eng vinden.
Een kleuter zullen we dan ook nooit op een klimrek tillen. Durf je het niet?
Dan doe je het niet. Totdat je het zelf durft.

Behalve klimmen en klauteren leren we de kleuters ook tikspelen en behendigheidsspelen aan.
Een tikspel is, zeker voor een jonge kleuter, ontzettend spannend. Ze rennen gillend weg en vergeten onderweg wie de tikker is. En zelfs de tikker vergeet door alle spanning dat hij zelf de tikker is.
Heel verwarrend om naar te kijken, maar een plezier dat ze hebben !

Het is mooi meegenomen dat lichamelijke beweging een zeer positieve uitwerking heeft op de ontwikkeling van de hersenen.
En op de algehele lichamelijke gezondheid.
Gelukkig hebben we gym of buitenspel dan ook elk dagdeel op het rooster staan.

Kabouters.

Als het herfst is geworden, is het in de kleuterklas weer tijd voor de komst van het kleinste volkje op aarde :
de kabouters. Ik ben er zelf soms nog niet uit of ze nou bestaan of niet. Maar dat is denk ik beroepsdeformatie.

Het fantaseren over kabouters is vooral leuk, omdat kleuters onvoorwaardelijk mee geloven.
Mee-fantaseren en mee-verzinnen en meedoen.
Een kind had ooit thuis een echte huiskabouter op zolder wonen. We waren allemaal jaloers.
Elke dag vroegen we er naar. Wat had hij nu weer gedaan?
En het kind fantaseerde een hele huiskabouter-story bij elkaar.
Totdat ik een fout maakte: ik vroeg of we hem mochten zien. Nee, nee, de kabouter was heel verlegen.Dat kon echt niet.
Maar als ik nou even stiekem om het hoekje van de zolder mocht komen kijken? Dat was een cruciale fout.
De volgende dag,vertelde het kind,was de kabouter weggelopen en zou nooit meer terug komen.

Omdat ik dol ben op verhalen, vertel ik vaak een vervolgverhaal. Dat is eigenlijk ontstaan, omdat ik een verhaal begin en dan even geen goed einde weet. En ik zeg dan : de volgende keer vertel ik hoe het verder gaat.
Een grote zucht van teleurstelling volgt dan, want er móet een goed einde zijn aan een verhaal.
De volgende dag ben ik altijd blij dat de kinderen goed weten waar ik was geëindigd, want na zoveel verhalen vertellen raak ik nog wel eens het spoor bijster.
Zo kan een verhaal nog wel eens 3 weken aanhouden. Totdat ik een goed einde eraan weet te breien.
Als het even kan, laat ik kinderen meedenken over het vervolg van een verhaal. Of oplossingen verzinnen, die ik dan dankbaar gebruik in het verhaal.

Kleuters.

De kleuterleeftijd is de leukste, meest fantasievolle leeftijd die er is. Zegt de kleuterjuf. Natuurlijk.
Elke dag is een kleuterklas een bron van grappige voorvallen en leuke opmerkingen. Als je er oog voor hebt.

Het kennismaken met een nieuwe groep is altijd verfrissend. Als je als nieuwe juf een verhaaltje vertelt, zitten de kinderen je rustig van top tot teen te observeren. En zeggen daarna : je hebt wel een klein hoofd. Of : je hebt een dun mondje. Tja.
Een kind keek me peinzend aan en zei : je lacht wel erg hard. Is dat erg? vroeg ik. Het kind moest even nadenken en zei: Nee, niet zo erg. Gelukkig.

De meeste kleuters zijn vaak bezorgd over zo’n volgende groep en juf. Een kind zei: Ik kan nog niet alles, hoor.
Ik ook niet echt, zei ik. Waarop de kleuter opgelucht het nieuwe jaar in ging. Was alles maar zo simpel op te lossen.
Soms moet ik zelf ook weer even wennen dat de nieuwe groep nog niet alles zo goed beheerst als de groep die net naar de volgende groep is gegaan. Ik moet weer even een stapje terug doen.
Maar kleuters zijn zo open dat ze je daar wel mee helpen. Ik ben nog klein, hoor. Ik kan nog niet alles! zeggen ze berispend.
Ja natuurlijk. Sorry.

Het is heel prettig dat kleuters heel praktisch denken. De nieuwe juf heeft andere gewoontes en als we denken dat alles in elke groep precies hetzelfde moet gaan, is een kleuter veel praktischer. Dat doet de andere juf heel anders, is heel snel opgelost. Als je vertelt dat je ook een heel andere juf bent en dus ook alles heel anders doet, dan vinden ze dat eigenlijk heel logisch.

Contact

De Westhoek
Dr. Jan Schoutenlaan 36
3145 SZ Maassluis

T. 010 - 591 48 70
E. westhoek@wijzer.nu